Ergens in de middag toch weer de weg op, op weg naar onze eerste touristenbestemming: Walnut Canyon.
Hierboven zie je dat Walnut Canyon trapvormig is (links dus), en blijkbaar vonden de indianen in deze buurt dat wel handig, want ze hebben op de tredes hun sporen nagelaten.
Na een korte, maar vermoeiende wandeling ('t is toch wel over de 2 km hoogte) doorgereden naar het bruisende Gallup (NM).
Daarna door naar Santa Fe:
Voor Amerikaanse begrippen is Santa Fe een erg oud stadje, het huisje rechts is het oudste gebouw daar, zo van rond 1600. Verder heeft het een gezellig centraal plein, waar we een stel uit Colorado tegen kwamen. We kregen het over wandelen in de buurt en aangezien zij vrienden uit Santa Fe hadden hebben we ze ons telefoonnummer gegeven zodat ze via hun vrienden wat tips konden verzamelen over waar je 't beste kon wandelen. Helaas heeft Diana ze ons thuistelefoonnummer gegeven (terwijl ik alleen m'n mobiel bijhad), dus een dikke week later kregen we de tips op 't antwoordapparaat te horen.
De route begon op een plek waar een riviertje een weg gesleten heeft door een gestolde lavastroom, da's dus wat je hier boven ziet. Erg indrukwekkend om doorheen te lopen. Ook erg koud trouwens, er was geen stromend water, maar we zijn wel enkele dikke plakaten ijs tegengekomen.
(ja ik moet nog wat doen aan die platliggende foto's ... )
Hierna kwamen we uit in een wat bredere droge rivierbedding, die uiteindelijk bij de Rio Grande uitkwam, met uitzicht op wat volgens onze gids een uitgedoofde vulkaan is:
Hierna toch maar weer de auto ingedoken om door te gaan naar Taos, NM. Taos is nog net even wat zweveriger dan Santa Fe, en toen wij er waren ook erg druk door de skigebieden die er in de buurt liggen.
Daarna via de 'high road' terug van Taos naar Bandalier National Monument. Eerst zijn we nog naar een uitzichtpunt in White Rock geweest, dat uitkijkt over een deel van onze wandeling van Caja del Rio naar de Rio Grande (linkse foto in het midden is waar we uitkwamen bij de Rio Grande):
Bandalier is een plek waar de indianen hun sporen nagelaten hebben, je kunt nog goed zien waar de hutten gestaan hebben en dat ze soms tot 3 verdiepingen hoog doorbouwden.
Daarna nog een korte wandeling gemaakt om via een stuk of 5 lange houten trappen naar een 'ceremonial cave' te gaan. De cave viel een beetje tegen, de weg om er te komen was wel spectaculair, vooral doordat sommige mensen die wel echt last hadden van hoogtevrees de trappen af moesten terwijl wij omhoog aan het klimmen waren.
Jemez Springs is erg klein, en we hadden geluk dat we toen we een slaapplek zochten toevallig de eigenaars van de Laughing Lizard Inn tegenkwamen toen we daar gingen kijken, normaal was die alleen rond 't weekend open, maar ze wilden ons wel een nachtje laten slapen. De kamer was bovengemiddeld gezellig, compleet met een alto-science-fiction boekenverzameling:
's Avonds nog wezen eten in de lokale bar, waar toeristen (niet zo veel) en locals (compleet met cowboy hoeden, en naar Texaans neigend accent) hun steaks aten en de nodige pintjes nuttigden.
Eerste deel van de wandeling was dus naar warmwaterbronnen, ik had eigenlijk een dampende borrelende massa verwacht maar 't was 'slechts' handwarm en op een paar plekken kon je wel duidelijk zien dat het zand opborrelde, helaas is 't wat lastig foto's maken:
Ook gaaf was de grote school kleine visjes, die op alles wat beweegde afkwamen, we hebben dus wel een tijdje steentjes staan gooien. Daarna doorgelopen naar de waterval en die was wel koel. Zo koel zelfs dat 'ie bevroren was:
Daarna doorgereden naar Albuqueque, waar we een korte stop hebben gemaakt om 't kleine historische centrum te bekijken (wel aardig, niet wereldschokkend).
En daarna highway 25 richting zuid gepakt, om laat in de avond een motelletje te pakken in het bruisende Socorro.
Na een mooie wandeling daar, zijn we naar een petroglyph site (plek waar indianen schilderingen op rotsen hebben achtergelaten) gegaan. Was wel aardig, maar had ook net zo goed door een schoolklasje met krijtjes gemaakt kunnen zijn.
Toen door naar Alamogordo, wat vlakbij White Sands National Park ligt. Verder ligt het midden tussen de militaire bases in, en de locale shopping mall had dan ook een muur met foto's van alle plaatsgenoten die in het buitenland de eer van hun land aan het verdedigen waren.
Erg gaaf in White Sands is om van een steile duin naar beneden te gaan, liefst op blote voeten. Op de steilere stukken ga je namelijk tot kniediep in het zand en veroorzaak je mini-zand-lawines. Bizar was de boom die we tegenkwamen die tijdelijk onder een duin had gezeten maar er toch weer onderuit is gekomen:
Dit was de laatste grote attractie voor ons in New Mexico, en we zijn 's avonds doorgereden naar Tuscon, Arizona. Niet opdat dat zo'n mooie stad is overigens.
's Middags zijn we naar Saguaro National Park geweest, daar heb je een enorme berg grote cactussen vlak bij elkaar, en da's niet lelijk.
Ook de wat minder grote cactussen, die ook rond San Diego groeien zijn dankbare onderwerpen, met wat gespeel met de camera heeft Diana deze foto's gemaakt:
Rond een uur of 3 's middags zijn we aan de terugrit naar San Diego begonnen, met aanvankelijk goed weer. Zo'n uur voor San Diego krijg je een bergketen waar je overheen moet, en laat het daar nu ineens beginnen te waaien, regenen en ook nog eens mistig worden. Erg fijn met die mooi-weer rijders hier op de weg, want je hebt idioten die even hard blijven doorscheuren, maar gelukkig zijn wij heelhuids weer in het normaal zonnige (maar toen verregende) San Diego teruggekomen.